Doorlopend Krediet

Bij een doorlopend krediet kan de kredietnemer tot een limietbedrag geld opnemen, zaken kopen of diensten afnemen. Dit gebeurt naar keuze van de kredietnemer ineens of in gedeelten. De kredietnemer betaalt kredietvergoeding over het uitstaand saldo, dus niet over de gehele limiet.

De betalingsverplichting van de kredietnemer bestaat uit een maandelijks termijnbedrag ter grootte van een percentage, meestal tussen 2 en 3%, van hetzij de limiet, hetzij het uitstaand saldo. Het verschudligde termijnbedrag bevat zowel aflossing als kredietvergoeding. Het kredietvergoedingsprecentage kan gedurende de looptijd van het krediet worden aangepast. Deze aanpassingen volgen de renteontwikkeling op de financiële markten.

Bij doorlopen krediet is het overeengekomen termijnbedrag slechts de minimale betalingsverplichting. Extra aflossing is toegestaan. Anders dan bij aflopend krediet worden hiervoor geen administratiekosten in rekening gebracht.

Als aanbieders van doorlopend krediet fungeren de banken en de financieringsmaatschappijen.

Het doorlopend krediet kan een belangrijk hulpmiddel zijn bij het financieel beheer ineen particulier huishouden. Het sluit immers goed aan bij het afwisselend ontstaan van tekorten en overschotten in het consumentenbudget.

De kredietgever draagt meestal het overlijdensrisico. De limieten variëren van €1.000,0 tot €50.000,- of zelfs meer. Bestedingsdoelen zijn vooral de uitgaven in en om het huis en de aanschaf van auto's.

Net als bij aflopend krediet is het meeverbinden van zekerheden mogelijk binnen de beperkingen van wettelijke en technische aard.

Looptijden

Bij het doorlopen krediet is er sprake van een werkelijke looptijd, een maximumlooptijd en een  theoretische looptijd.

Werkelijke looptijd

De werkelijke looptijd van een doorlopend krediet is de periode gedurende welke het krediet feiltelijk loopt. De einddatum van een doorlopend krediet is niet het moment waarop het saldo 0 is geworden. Er kunnen daarna immers nog opnames ten laste van het krediet plaatsvinden.

Een doorlopend krediet komt ten einde als het krediet is ingelost en de kredietfaciliteit door de kredietgever is ingetrokken. De werkelijke looptijd van een doorlopend krediet is in de praktijk dan ook alleen maar achteraf te bepalen.

Maximumlooptijd

De leeftijd waarop de kredietnemer de kredietsom geheel moet hebben terugbetaald, begrenst de looptijd van een doorlopend krediet.De leeftijd van de kredietnemer is een belangrijke factor voor het overlijdensrisico, dat vaak is afgedekt door de kredietgever. Als de kredietnemer een bepaald leeftijd heeft bereikt (bijvoorbeeld 70 jaar), worden de kosten om dit risico af te dekken te hoog. Mede om die reden wil de kredietgever dat de lening op een bepaalde leeftijd is afgelost.

Om de kredietfaciliteit op de maximumleeftijd te kunnen beëindigen, kennen de overeenkomsten van doorlopend krediet een zogenoemde afbouwregeling. In een afbouwregeling wordt het krediet in een aantal stappen tot 0 gereduceerd.

Een vaak toegepaste afbouwregeling is dat vanaf een bepaalde leeftijd )bijvoorbeeld 65 jaar' de limiet  periodiek wordt verlaagd, zodat deze op (bijvoorbeeld) 70-jarige leeftijd geheel is afgebouwd.

In de praktijk gebeurt dit veelal met stappen van 20% van de oorspronkelijke limiet. De limiet wordt dan per jaar 20% lager, zodat deze na vijf jaar nihil is. Ook komen de combinaties voor waarbij de limiet eerst een aantal jaren met 10% wordt verlaagd en daarna pas in stappen van 20%. In zo'n geval zal de afbouwperiode wel langer duren.

Ook kan de kredietgever bepalen dat vanaf een bepaalde leeftijd de opnamemogelijkheid  wordt stopgezet, eventueel in combinatie met een verhoging van het termijnbedrag. In het laatste geval verhoogt de kredietgever het termijnbedrag bijvoorbeeld van 1% over de limiet tot 1,5% over de limiet.

Theoretische looptijd

De theoretische looptijd van een doorlopend krediet is de verwachte looptijd, onder de veronderstelling dat:

  • Het krediet meteen aan het begin tot aan de limiet wordt opgenomen;

  • De maandtermijnen telkens op tijd worden betaald

  • Het rentetarief ongewijzigd blijft';

  • Er geen vervolgopnames plaatsvinden;

  • Er geen extra aflossingen worden gedaan.

In werkelijkheid zullen bovengenoemde veronderstellingen vaak niet kloppen. De werkelijke looptijd zal dan gaan afwijken van de vooraf bepaalde theoretische looptijd. Als de kredietnemer op een bepaald moment opnieuw een bedrag opneemt, of het renteprecentage stijgt na verloop van tijd, of hij betaalt maandtermijnen niet op tijd, dan zal de werkelijke looptijd langer worden dan de theoretische looptijd.

Het rentetarief van een doorlopend krediet is over het algemeen hoger naarmate het limietbedrag lager is. Dit komt doordat de kosten bij kleine kredieten relatief zwaarder wegen dan bij grote kredieten. Het gevolg is dat de theoretische looptijd van een krediet met een hoge limiet vaak korter is dan die van een krediet met een lage limiet.

De totale prijs van een doorlopend krediet is gelijk aan de het maandelijkse termijnbedrag (de maandtermijn) vermenigvuldigd met het aantal termijnen op basis van de theoretische looptijd.

Leningsvormen

zoeken